Terugleverkosten verschillen in 2026 niet alleen per energieleverancier, maar ook per contracttype en contractdatum. Vergelijk daarom eerst je werkelijke teruglevering, daarna het kostenmodel en pas als laatste de totale jaarprijs.
Met terugleverkosten bedoelen we de kosten die een leverancier kan rekenen voor zonnestroom die je daadwerkelijk aan het net teruglevert. De ene leverancier werkt met een bedrag per kWh, de andere met een staffel of terugleverschaal. Bij verschillende leveranciers staat het exacte tarief bovendien alleen in je persoonlijke aanbod, app of contract. Alleen de naam van de leverancier is daarom niet genoeg om twee energiecontracten eerlijk te vergelijken.
Terugleverkosten per energieleverancier in 2026
Onderstaande vergelijking laat zien welk kostenmodel de leverancier gebruikt, welke contractcontext belangrijk is en waar je het actuele tarief vindt. De tabel is nadrukkelijk geen ranglijst van goedkoop naar duur. Een lager bedrag aan terugleverkosten kan worden gecompenseerd door bijvoorbeeld andere vaste kosten, een andere terugleververgoeding of een ander stroomtarief.
Let op: de peildatum hieronder is 27 augustus 2026. Gebruik bedragen alleen binnen de genoemde contractcontext en controleer vóór overstappen altijd je eigen aanbod, contractbevestiging of klantomgeving.
Een bedrag uit deze tabel is dus nooit voldoende om een overstapbeslissing op te baseren. Neem je eigen jaarafrekening en contract erbij en controleer of je precies dezelfde contractvariant en tariefperiode vergelijkt.
Zo vergelijk je terugleverkosten eerlijk
Begin niet met het bedrag dat in een vergelijkingslijst staat. Begin met je eigen data. Noteer je werkelijke teruglevering over een volledig jaar, je jaarafname, je contracttype en je contractdatum. Noteer daarna de terugleverkosten, de terugleververgoeding en de vaste leveringskosten van ieder aanbod.
Let daarbij op het verschil tussen teruglevering en netto overschot. Bij verschillende leveranciers worden terugleverkosten berekend over de stroom die je daadwerkelijk aan het net teruglevert, ook als een deel daarvan later via salderen wordt verrekend. Essent beschrijft bijvoorbeeld expliciet dat het om alle opgewekte stroom gaat die je niet direct zelf verbruikt. Controleer de definitie altijd in jouw eigen contract, omdat de precieze methode leverancier- en contractafhankelijk is.
Kosten per kWh
Bij een per-kWh-model is de basisberekening eenvoudig:
Terugleverkosten = R × k
waarbij R je werkelijke teruglevering in kWh is en k het terugleverkostentarief per kWh.
Een puur hypothetisch voorbeeld: bij 2.800 kWh teruglevering en een fictief tarief van €0,10 per kWh zijn de terugleverkosten 2.800 × €0,10 = €280 per jaar. Dit voorbeeld is alleen bedoeld om de methode te laten zien en is geen tarief van een leverancier.
Staffel of terugleverschaal
Bij een staffel betaal je niet noodzakelijk voor iedere extra kWh afzonderlijk. Je totale teruglevering bepaalt in welke schaal je valt. Daardoor kan een kleine verandering rond een grens relatief veel verschil maken. Hoe breed de schalen zijn en welke kWh voor de inschaling meetellen, verschilt per leverancier.
De grenzen en bedragen hierboven zijn fictief. Gebruik voor een echte vergelijking uitsluitend de staffels uit jouw aanbod of contract.
Persoonlijk tarief
Dat in de vergelijking bij sommige leveranciers geen openbaar bedrag staat, betekent niet dat de informatie ontbreekt. Bij Eneco, Greenchoice, ENGIE, Oxxio, Pure Energie en Vandebron kan het relevante bedrag afhankelijk zijn van je persoonlijke aanbod of bestaande contract. Een openbaar modelcontract, een tarief voor nieuwe klanten of een bedrag van een vergelijkingssite mag je dan niet behandelen als jouw eigen tarief.
De praktische regel is eenvoudig: vind eerst de regel “terugleverkosten” in je eigen aanbod of contract en controleer daarna pas of een externe vergelijking dezelfde contractcontext gebruikt.
Bereken de netto jaarimpact
Terugleverkosten zijn maar één onderdeel van je energierekening. Om twee contracten eerlijk te vergelijken, zet je de relevante onderdelen op jaarbasis naast elkaar:
Totale jaarrekening = vaste leveringskosten + afnamekosten + terugleverkosten − waarde van saldering en/of terugleververgoeding
Welke waarde je bij saldering of terugleververgoeding invult, hangt af van je eigen situatie. Tot en met 31 december 2026 kan stroom binnen de wettelijke grens nog worden gesaldeerd. Voor een overschot boven je jaarlijkse afname kan een terugleververgoeding gelden. Neem daarom de bedragen uit je persoonlijke aanbod en jaarrekening over in plaats van een gemiddelde van internet.
Uitgangspunten van deze vereenvoudigde gevoeligheidsanalyse
- Bruto vaste leveringskosten + afnamekosten vóór verrekening: €1.500 per jaar.
- Fictieve waarde van saldering / terugleververgoeding: €600 per jaar in alle drie scenario’s.
- Model A: €0,10 terugleverkosten per teruggeleverde kWh.
- Model B: fictieve staffel van €180 tot 1.999 kWh, €260 van 2.000–3.999 kWh en €420 van 4.000–5.999 kWh.
Om alleen het verschil tussen de twee terugleverkostenmodellen zichtbaar te maken, houden we de overige fictieve posten in alle drie scenario’s constant. Dit is geen volledige voorspelling van een echte energierekening. In werkelijkheid veranderen de uitkomst en de waarde van saldering of terugleververgoeding mee met onder meer verbruik, teruglevering, tarieven en contractvoorwaarden.
1.500, 3.000 en 5.000 kWh teruglevering
In deze vereenvoudigde gevoeligheidsanalyse is Model A bij 1.500 kWh iets gunstiger, terwijl Model B bij 3.000 en 5.000 kWh lager uitkomt. De vergelijking is alleen bedoeld om zichtbaar te maken hoe de structuur van terugleverkosten reageert op verschillende teruglevervolumes. Een echte jaarrekening verandert ook door andere posten en door de werkelijke waarde van saldering of terugleververgoeding.
Waarom je contractdatum het verschil kan maken
Bij verschillende leveranciers betekent dezelfde leveranciersnaam niet automatisch hetzelfde terugleverkostenmodel. De startdatum of afsluitdatum van je contract kan bepalen welke methode en welk tariefblad geldt.
Pure Energie maakt bijvoorbeeld onderscheid tussen contracten die vóór 1 april 2026 zijn afgesloten, waarvoor een staffel geldt, en nieuwe contracten na 1 april 2026, waarvoor per kWh wordt gerekend. Mega gebruikt voor nieuwe maandelijks variabele contracten vanaf 9 januari 2026 een per-kWh-formule, terwijl bestaande maandvariabele contracten nog tijdelijk met een staffel kunnen werken.
Ook Greenchoice kent verschillende ingangsdata: nieuwe vaste en variabele contracten vanaf 20 juni 2024, bestaande variabele contracten vanaf 1 augustus 2024 en oudere vaste contracten die tot hun einddatum nog zonder die terugleverkosten konden doorlopen. Bij DELTA bestaan meerdere tarieftabellen voor verschillende contractperioden; voor een vast contract afgesloten vanaf 26 februari 2026 verwijst DELTA bijvoorbeeld naar de tabel van 26 februari 2026, terwijl variabele contracten een eigen tabel hebben.
Controleer daarom bij iedere vergelijking minimaal de contractdatum, de looptijd en de naam of versie van het tariefblad. Een actuele webpagina kan correct zijn en toch niet de prijs beschrijven die in jouw oudere contract staat.
Vast, variabel en dynamisch zijn niet één-op-één vergelijkbaar
Een vast contract geeft doorgaans meer zekerheid over de afgesproken tarieven gedurende de looptijd, maar kan door de contractdatum nog onder een oudere terugleverkostenregeling vallen. Bij een variabel contract kunnen tarieven en voorwaarden volgens de contractregels veranderen. Een dynamisch contract werkt weer anders: stroomprijzen bewegen met de markt en teruglevering kan tegen uur- of kwartierprijzen worden gewaardeerd, afhankelijk van het contract.
Daarom betekent “geen aparte terugleverkosten” niet hetzelfde als “gratis terugleveren”. Bij dynamische contracten kunnen lage of negatieve marktprijzen en aanvullende verkoop-, inkoop- of andere contractkosten invloed hebben op het resultaat. Oxxio beschrijft bijvoorbeeld bij dynamisch een verkoopvergoeding naast de marktprijs van teruggeleverde stroom.
De Autoriteit Consument & Markt wijst er juist op dat de verschillende berekeningswijzen energiecontracten lastig vergelijkbaar maken. Het modelcontract dat leveranciers sinds 1 januari 2026 verplicht moeten aanbieden, berekent terugleverkosten per kWh. Dat zegt echter niet dat alle andere commerciële contracten hetzelfde model gebruiken.
Lees wanneer een energiecontract zonder aparte terugleverkosten echt goedkoper kan zijn.
Wat verandert er op 1 januari 2027?
Volgens de Rijksoverheid stopt de salderingsregeling op 1 januari 2027. Tot en met 31 december 2026 kunnen huishoudens binnen de wettelijke regels hun teruggeleverde elektriciteit nog jaarlijks verrekenen met hun afname. Vanaf 2027 kan dat niet meer.
Een contract dat in 2026 gunstig lijkt, kan dus na de jaarwisseling anders uitpakken. Controleer bij een contract dat doorloopt in 2027 hoe terugleververgoeding en terugleverkosten na het stoppen van salderen worden behandeld.
Bekijk hoe de financiële rekensom van een thuisbatterij na 2027 verandert.
Checklist voordat je overstapt
Voorkom dat je twee verschillende contractcontexten met elkaar vergelijkt. Loop deze punten na voordat je een nieuw aanbod accepteert.
Praktische checklist
Pak je laatste jaarafrekening erbij en noteer je werkelijke teruglevering voordat je een nieuw contract vergelijkt.
Minder terugleveren? Dit is de volgende stap
Blijkt uit je vergelijking dat teruglevering zwaar meeweegt, dan kun je daarna onderzoeken hoeveel zonnestroom je direct zelf kunt gebruiken in plaats van terugleveren. Bij een per-kWh-model werkt iedere kWh minder teruglevering doorgaans direct door in die kostenpost. Bij een staffel verandert het bedrag soms pas wanneer je onder een schaalgrens komt. Kijk daarom eerst naar je terugleverpatroon en contractmodel voordat je een technische oplossing beoordeelt. Bekijk welke stappen je kunt nemen om minder zonnestroom terug te leveren.